Robotchirurgie

Bij robotchirurgie wordt de ingreep ook uitgevoerd via kleine incisies. De instrumenten worden in de buik geplaatst doorheen de kijkbuizen of trocars en dan aan de trocars gefixeerd. De trocars worden geconnecteerd met de robot. Het verschil met de laparoscopie is dat de chirurg de instrumenten bedient vanop afstand en niet rechtstreeks. Daarnaast is ook de beeldkwaliteit aanzienlijk beter.

“In principe kan elke ingreep die met een laparoscopie uitgevoerd wordt, ook met de robot uitgevoerd worden. Het is zo dat de ingrepen die we uitvoeren in de moeilijker te bereiken regio’s van het abdomen, doordat we daar een kleinere werkruimte hebben, toegankelijker worden met de robot. We denken hierbij aan het kleine bekken of aan de bovenbuik. Maar ook voor grote oncologische ingrepen, zoals een hemicolectomie, kan de robot een meerwaarde bieden.

Door de betere toegankelijkheid in bepaalde anatomische regio’s en betere zichtbaarheid - door het high definition 3D beeld - kunnen operaties nog veiliger uitgevoerd worden. Het is zo dat bij de robot de instrumenten door de trocars of kijkbuizen bewegen zonder dat de trocar zelf beweegt. De trocars zijn gefixeerd in de buikwand en zodoende is er minder tractie op de buikwand. Dit zorgt ervoor dat patiënten na de operatie minder pijn hebben en sneller herstellen.

Voor de chirurg is er een groot ergonomisch voordeel. Er is minder tractie van de buikwand op de trocars waardoor het hefboomeffect op de instrumenten wegvalt. Daarnaast worden mogelijke trillingen uitgefilterd. Door het 3D beeld heb je het gevoel dat je vlakbij de weefsels bent die je opereert terwijl je er net verder vanaf zit. Dit zorgt voor een meer ontspannen houding wat resulteert in een fijnere weefseldissectie. Dit voordeel in dissectie vermindert niet alleen mogelijke schade aan bloedvaten, zenuwen of andere organen, maar zorgt ook voor een volledigere dissectie, wat bv. bij oncologische heelkunde van groot belang is.”