Andere aandoeningen allergiecentrum

Wat is een allergie?  Afspraak maken en voorbereiden  Allergiecentrum

Het allergiecentrum Jan Palfijn Gent heeft ook een bijzondere expertise in enkele eerder zeldzame aandoeningen waarvan de klachten (sterk) kunnen lijken op allergie.

Voor deze aandoeningen werken we nauw samen met het UZ Antwerpen en internationaal gerenommeerde collega’s.

Mastocytose

Wat is mastocytose?

Mastocytose is een zeldzame ziekte waarbij afwijkende mastcellen in het lichaam aanwezig zijn.

Er bestaan 2 vormen van mastocytose:

cutane mastocytose: vooral bij kinderen; meestal goede prognose met uitgroei in puberteit

- systemische mastocytose: vooral bij volwassen (onderverdeeld in indolent, agressief en mastcel leukemie). De meeste frequent vorm van systemische mastocytose is de indolente vorm. Niet elke patiënt met systemische mastocytose heeft ook cutane mastocytose.

Hoe wordt mastocytose vastgesteld?

De diagnose van mastocytose gebeurt door bloedonderzoek en weefselonderzoek van huid en/of beenmerg. 

Hoe wordt mastocytose behandeld? 

De behandeling van mastocytose hangt af van de ernst van de klachten. De symptomen worden onderdrukt en soms dient het aantal mastcellen te worden verminderd. Eventuele osteoporose wordt behandeld. De behandeling in het UZA gebeurt binnen een multidisciplinair team. Agressieve vormen en mastcel leukemie vergen uiteraard andere behandelingen.   

Patiënten met systemische mastocytose hebben een verhoogde risico om een zware allergische reactie ontwikkelen na blootstelling aan sommige medicaties (bv. ontstekingsremmers, morfine, spierontspanners, jodiumcontrastvloeistof). Daarom moet elke patiënt ook altijd over ten minste 2 zelfinspuitbare adrenaline preparaten zoals Epipen® of Jext® beschikken. Behandelende zorgverstrekkers zoals artsen, tandartsen, apothekers moeten altijd verwittigd worden.

Er is geen evidentie voor specifieke dieetmaatregelen in mastocytosis (behalve wanneer er een geassocieerde voedselallergie bestaat)

Europees referentiecentrum voor mastocytose

Als Europees 'Center of Excellence' binnen het European Competence Network on Mastocytosis (ECNM) past de dienst immunologie van het UZA de internationale standaarden toe op het vlak van diagnose, behandeling en opvolging. Dankzij de internationale dimensie en de connectie met andere referentiecentra in Europa, is er snellere toegang tot nieuwe diagnostiek, genetische analyses en gespecialiseerde behandelingen. Het allergiecentrum Jan Palfijn Gent heeft een nauwe samenwerking met zowel het UZ Antwerpen als het  European Competence Network on Mastocytosis (ECNM).

Zie ook:

 

Hereditair angio-oedeem

Hereditair angio-oedeem wordt gekenmerkt door het plots optreden van doorgaans pijnlijke zwellingen zonder dat er jeuk of netelroos (galbulten) bestaan. Hereditair angio-oedeem is een potentieel levensbedreigende aandoening omdat de zwellingen een verstopping (obstructie) van de bovenste luchtwegen (strottenhoofd) kunnen veroorzaken. Deze zwellingen vergen een specifieke behandeling die enkel terugbetaald wordt wanneer de diagnose vaststaat. Hoewel de diagnose van een hereditair angio-oedeem eenvoudig kan gesteld worden, blijkt dat de aandoening nog te vaak over het hoofd wordt gezien. De verklaring hiervoor is dat de aandoening zeldzaam en dus niet goed gekend is. Binnen het Jan Palfijn ziekenhuis Gent en het UZ Antwerpen wordt ruim de helft van ongeveer 120 Vlaamse patiënten met een hereditair angio-oedeem opgevolgd en bestaat dus de nodige expertise betreffende behandeling en preventie van opstoten.   

Zie ook:

 

Auto-inflammatoire syndromen

Auto-inflammatoire syndromen, ook vaak aangeduid als periodieke koortssyndromen, is een groep aandoeningen die wordt gekenmerkt door recidiverende koorts, en worden veroorzaakt door zeldzame mutaties in specifieke genen. De koortsopstoten gaan gepaard met verschillende ontstekingsverschijnselen zoals klierzwellingen, gewrichtsontstekingen (artritis) en huiduitslag. Tussen de koortsopstoten door zijn veel patiënten klachtenvrij. Hierdoor en mede door de zeldzaamheid worden auto-inflammatoire syndromen vaak slechts laattijdig herkend en kan het soms verschillende jaren duren voordat de juiste diagnose wordt gesteld en behandeling gestart.

Hypereosinofilie

Hypereosinofilie wordt gekenmerkt door de aanwezigheid van minstens 1.500 eosinofiele granulocyten per microliter bloed. De meest voorkomende oorzaken van hypereosinofilie zijn parasitaire infecties en allergieën. Andere minder frequente oorzaken zijn: een eosinofiele leukemie en het idiopathisch hypereosinofiel syndroom. Hierbij kan orgaanaantasting (longen, lever, hart) optreden onafhankelijk van de onderliggende oorsprong van de hypereosinofilie. Gezien de potentiële complicaties van hypereosinofilie en de specifieke behandeling is correcte en vaak gespecialiseerde diagnostiek essentieel.

Primaire immuundeficiënties

Immuundeficiënties (afweerstoornissen) vormen een zeer heterogene groep van aandoeningen waarbij herhaalde en vaak atypische infecties op de voorgrond staan. Ook bepaalde auto-immuunziekten en tumoren worden meer waargenomen bij immuundeficiënties. De diagnose en de behandeling van immuundeficiënties ligt vaak niet voor de hand en vergt de nodige expertise. Door deel uit te maken van de Belgian Primary Immuno Deficiency Group hopen wij deze expertise te kunnen aanbieden. 

Belangrijk: Prof. Dr. Vito SABATO is mandataris van de Belgian Primary Immune Deficiency Group (BPIDG). Dit betekent dat hij gemachtigd is om behandelingen met immunoglobulines op te starten. Zie: http://bpidg.be/nl/gemandateerde-bpidg-artsen-voor-de-terugbetaling-van-immunoglobulines-behandeling/

 

Intoleranties

Het is niet eenvoudig om een intolerantie goed te definiëren omdat van de meeste intoleranties het onderliggend mechanisme onbekend is en er vaak ook geen specifieke symptomen zijn.

Meestal betreft het maag-darmklachten (buikpijn, krampen, winderigheid, afwisselend diarree en verstopping, afwijkende vaak slecht ruikende stoelgang) waarbij de patiënt zelf vaak met de vraag komt of dit het gevolg kan zijn van een voedselallergie of voedselintolerantie. Wanneer er naast deze maag- en darmklachten geen andere symptomen zijn, moeten we in eerste instantie andere maag- en darmaandoeningen uitsluiten.
Het is dan ook aanbevolen om bij uitsluitend maag-darmklachten eerst de huisarts, kinderarts of maagdarmspecialist te raadplegen.

De belangrijkste voedselintolerantie waarvoor een test bestaat is de lactose-intolerantie. De vaststelling gebeurt door middel van de lactose blaastest, die wordt uitgevoerd door de kinderarts of maagdarm specialist of gastero-enteroloog. Ook de behandeling wordt door deze arts uitgestippeld.

Een andere aandoening die vooral maag- en darmklachten veroorzaakt is de coeliakie (ook glutenintolerantie genoemd). Evenals de lactose-intolerantie is dit geen allergie. Ook coeliakie behoort niet tot het expertisedomein van het allergiecentrum en vergt meestal een evaluatie door de kinderarts of maagdarmspecialist. De diagnose gebeurt meestal via een bloedonderzoek en/of onderzoek van een weefselstukje uit de dunne darm. De behandeling bestaat uit een glutenbeperking.